Wie is Mevlana?









Mohamed (D)Jalal ad-Din (of al-Din) Balkhi Rumi of Roemi (Perzisch: مولانا جلال الدین محمد بلخى رومی ) (Balch, 30 september 1207 – Konya, 17 december 1273) was een filosoof en dichter van Perzische afkomst en soefi-mysticus.

Rumi is één van de belangrijkste personen uit de Perzische dichtkunst voor zijn religieuze dichten die God prezen. In religieuze kringen wordt hij ook wel Maulana of Mevlana (soms met toevoeging Balkhi naar zijn geboorteplaats) genoemd; dit betekent ‘onze meester’.Rumi werd geboren in de stad Balch (sinds 18e eeuw onderdeel van Afghanistan) in de streek Khorasan in Chorasmië (destijds in handen van de Chwarizm-sjahs, die regeerden van de 11e tot de 13e eeuw). Zijn vader Bahā ud-Dīn Walad was een navolger van de Perzische soefimysticus Achmed Ghazali. Volgens een vroege biografie zou zijn vaderlijke afstamming helemaal terug te voeren zijn tot kalief Aboe Bakr en zou zijn moeder Mu’mineh een dochter zijn geweest van sjah Mohammed van Choresmië. Het gaat hier echter om typisch oostelijke opsmuk die een verband zou moeten aantonen tussen de grote dichter en andere belangrijke persoonlijkheden uit zijn tijd. Zijn vader voorzag volgens één versie de wraakactie van de Mongolen op Balch in 1219 nadat de sjah een aantal Mongoolse kooplieden ter dood had laten brengen, en vertrok iets eerder naar Mekka voor een pelgrimsreis, waardoor zijn gezin het bloedbad op de stad ontliep. Volgens andere versies ontvluchtte hij de ruzies tussen de Chorasmische leiders, die hij niet vertrouwde of vanwege onenigheid met hen. Vanuit Mekka voerde de tocht verder naar Anatolië waar zijn moeder stierf in Laranda (nu Karaman); haar graf is nu een pelgrimsoord. In Laranda trouwde Rumi ook met zijn vrouw Gauhar Chatun, die net als hij een vluchteling uit het oosten was. Uiteindelijk belandde hij in de stad Konya in het huidige Turkije.Rumi was de leidende figuur van de soefibeweging in het middeleeuwse Konya. Hij filosofeerde met name over de voordelen van verdraagzaamheid. Bij zijn dood streden de joden, christenen en moslims van Konya om de eer hem naar zijn graf te mogen dragen. Zijn graf is nog steeds een heilige plaats voor volgelingen. Hij stichtte er onder andere de dansende derwisjen, een soefi-orde van religieuze dansers en muzikanten. In de dans draaien zij om hun as, waarbij zij mediteren en de naam van God aanroepen.In Turkije wordt hij vaak gecrediteerd met de conversie van de sjamanistische Ottomaanse Turken onder Osman Bey naar de islam. Het Ottomaanse rijk ontstond in het toenmalige koninkrijk van Nicea, een overblijfsel van het Byzantijnse Rijk nadat Constantinopel door Roomsgezinde kruisvaarders was aangevallen (die een Latijns roomsgezind rijk stichtten, dat overigens van korte duur was).

 

Het leven van Rumi

Jalal al-Din Rumi, die in het westen Rumi wordt genoemd, werd geboren in Balkh op 30 september 1207. Balkh, gelegen in het huidige Afghanistan, was destijds onderdeel van het Perzische rijk en een belangrijk centrum van Perzische cultuur. Zijn eigen naam was Mohammed met de titel Jalal al-Din ofwel heer. (lit 5). Vanaf de 15e eeuw werd hij Mawlawi (Turkse uitspraak: Mevlana = onze heer) genoemd, afgeleid van zijn titel Mulla-yirum (de geleerde meester van Anatolia). Sinds de 19e eeuw is zijn bekendheid in het westen gestadig gegroeid. Hier gebruikt met zijn naam Rumi, afkomstig van het Romeinse Anatolië. Zijn vader Mohammed ibn Hussain Khatibi, beter bekend als Baha’ al-Din Walad was een uitstekende Soefi meester. Vanaf ca. 1210 verlaat de familie en een groep volgelingen van zijn vader, de streek en trok naar het westen. Zeer waarschijnlijk was dat onder invloed van het dreigende gevaar van de Mongolen, die met hun leider Djhengis Khan, Perzië waren binnengevallen en daar een verschrikkelijke slachting onder de bevolking uitvoerden. Op deze tocht verbleef de groep regelmatig voor langere tijd in een bepaalde stad. De eerste stad was Nayshapur. Hier ontmoette Jalal al-Din de grote Perzische dichter Farid al-Din’Attar. Daarna trokken zij naar Bagdad, waar zij zeer gerespecteerd werden en veel theologen en Soefi’s ontmoetten. Via Mekka gingen ze naar Syrië waar ze een aantal jaar bleven wonen en waar Jalal al –Din klassieke Arabische dichtkunst schijnt te hebben gestudeerd. (lit.1 p.11)
Daarna trokken zij naar Anatolia, waarschijnlijk op uitnodiging van de heerser van het gebied.(lit.5) In eerste instantie vestigden zij zich in Karaman, waar de moeder van Jalal al-Din in 1225 overleed. Hier trouwde de achttienjarige Jalal al-Din en werd zijn eerste zoon geboren.

Een paar jaar later trok de familie naar de plaats Konya, gelegen in het huidige Turkije, waar men zich definitief vestigde. Konya, dat ook voorkomt in de Bijbel, in het boek Handelingen van de apostelen, was in die jaren een vredige thuishaven in de Islamitische wereld, die geteisterd werd door de invasie van de Mongolen. Konya en omgeving was het middelpunt van religieuze activiteiten. Dit was mede te danken aan de cultuur en religie, die de vele vluchtelingen meebrachten.

De vader van jalal al-Din Rumi werd professor aan één van de vele scholen in Konya. Toen hij in 1231 stierf, volgde Jalal al-Din Rumi hem op als leermeester. Hij was deskundig op het gebied van rechtsgeleerdheid, theologie en Soefisme had hij een groot aantal leerlingen. (lit.1) Op het gebied van het Soefisme werd hij door een oud leerling van zijn vader ingewijd in alle aspecten. Na de dood van de Sultan (1235) ontstond er een onrustige tijd als gevolg van het oprukken van de Mongolen, die ook een aantal steden in Oost-Anatolia hadden veroverd,. In die tijd zwierven er ook zogeheten derwisjen door het land. Vreemde mannen, vaak gekleed in dierenhuiden en met ijzeren ringen rond hun armen en in hun oren, met een geheel eigen Soefi traditie, die sterk afweek van de klassieke Soefi traditie.

In het jaar 1244 ontmoette Jalal al-Din Rumi de rondtrekkende derwisj Sham-i Tabrizi (“zon van het geloof”) (zie lit. 1 13). De ziel van Jalal al-Din Rumi stond in vuur en vlam voor deze jongeman, die hem inwijdde in het mysterie van de goddelijke liefde. Hij maakte kennis met extatische muziek, zang en dans en begon op een zeker moment zelf met het reciteren van gedichten zoals blijkt uit:

Sinds de vonk van de liefde in mijn hart ontvlamde,
Verslond ze alles in haar gloed!
Ik zette boeken en verstand aan de kant
En leerde gedichten, liederen en gezang.
( lit.1 p.14)

Zijn omgeving was echter minder gelukkig met de vreemde indringer, die zo’n grote invloed op de meester had. Op 5 december 1247 verdween Shams op geheimzinnige wijze en werd nooit meer teruggevonden. Aangenomen wordt dat hij vermoord is door jaloerse volgelingen. Rumi was geheel ontdaan en gedurende enkele jaren zocht hij Shams tevergeefs in Damascus. Daar kwam hij tot volgende gedicht:

Waarom zou ik zoeken? Ik ben hetzelfde als hem.
Zijn essentie spreekt door mij.
Ik heb naar mijzelf gezocht. (lit.5)

Rumi keerde vervolgens terug naar Konya en richtte zich geheel op het geven van les in het Soefisme. Ook ontwikkelde hij in die tijd de sama, de spirituele dans, waarmee de Mawlawi orde zo beroemd is geworden. In die tijd schreef hij ook veel gedichten die hij ondertekende met de naam van zijn verwenen vriend Shams-i Tabrizi. Op verzoek van een van zijn leerlingen begint hij met het schrijven van de eerste verzen van het grote gedicht dat het Mathnawi wordt genoemd.

Luister naar het riet van de fluit, hoe het vertelt
En hoe het klaagt, gekweld door de pijn van het afscheid!
“Sinds ik gesneden werd uit het riet van mijn vaderland,
huilt heel de wereld mee op mijn klanken.
Ik zoek een hart, gebroken door scheidingsverdriet,
Aan wie ik kan vertellen over de pijn van het scheiden….”
(uit lit.1 p.17)

De Mathnawi zou uiteindelijk uitgroeien tot zes boeken met meer dan 25.000 verzen en bevat, in de woorden van de dichter zelf, de wortels van de wortels van de wortels van de wortels van de religie en ontsluiert de mysteriën van de meest verfijnde wetenschap van God, de veiligste weg tot God en het meest duidelijke bewijs van God. (lit.6) Het stuk is later ook wel de “Koran van Perzië” genoemd. In de periode dat Rumi de Mathnawi dicteerde, onderrichtte hij ook veel leerlingen en voerde gesprekken met de politieke leiders van die tijd, die hij spiritueel trachtte te leiden. Van zijn gehoor maakten ook vrouwen deel uit. Uit de vele brieven die hij in die tijd schreef blijkt dat hij zich inzette voor de armen. Een ander belangrijk werk was de Fihima Fihi, bedoeld voor de volgelingen als leerwerk over spiritualiteit.

In de zomer van 1273 werd hij ziek en op 17 december 1273, tegen zonsondergang overleed hij. Hij troostte zijn vrienden met de gedachte dat de dood geen scheiding betekende, maar vereniging, zoals weergegeven in zijn gedicht:

Als ze mij op de dag van mijn dood.
diep in de aarde neerlaten –
denk dan niet dat mijn hart
nog op de aarde verwijlt.
Als je mijn draagbaar voorbij ziet komen,
laat het woord “scheiding” dan niet horen,
want het ontmoeten en vinden waar ik steeds
naar hunkerde,
zijn dan mijn deel.
Klaag niet “afscheid, ach afscheid!”
als men mij geleidt naar het graf,
want achter het gordijn
wacht mij een zalige aankomst…..
(lit.1 p. 22)

Bron: Wikipedia.

http://www.mabelis.nl/speeltuin/sufilib/rumi.htm#1_leven

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • Digg
  • Google Buzz
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Leave a Reply